Geplaatst in Boeken, Dat viel mij op, post

Don’t give up

Lange tijd was het onduidelijk wie de winnaar zou worden. Ieder jaar zag het er naar uit dat wij het zouden redden. Maar nee, deze eerste week van mei 2023 is het beslist: de rups/mot heeft gewonnen. Hij heeft de strijd nooit opgegeven en toegegeven, wij hebben op enkel de snoeischaar na, ook geen echte belemmering voor hem en zijn veelvuldige vrienden opgeworpen.

De eerste twee grote buxusstruiken zijn nu bijna tot aan de grond kortgeknipt en drie potten met kleinere planten helemaal geledigd. Nog een aantal struiken in de achtertuin en de meters lange haagjes in de voortuin te gaan.
Zo jammer maar het zat er aan te komen. Sinds jaren woedt er in Nederland en ook in Zeeland de buxusmot(rups)plaag. Heel veel heggen en haagjes, struiken en potplanten hebben al het onderspit gedolven van deze kleine geelgroene rupsen en de motten met hun witte vleugels met bruine randen.

Rupsje nooit genoeg

De buxusmot (Cydalima perspectalis) is een vlindersoort uit de familie van de grasmotten (Crambidae).  
De buxusmot komt van oorsprong voor in Oost-Azië (Japan, Zuid-Korea, China). Volgens onderzoek van de Universiteit van Bazel werd hij in 2006 in Europa geïntroduceerd via verpakkingshout van natuursteen uit Azië. Nadien ging de verspreiding snel vanuit Duitsland en Zwitserland naar de rest van Europa. De soort werd in Nederland voor het eerst vastgesteld in 2007, toen een vlinder werd gefotografeerd in het Zuid-Hollandse Boskoop.[1] Hoewel de soort een aantal jaar alleen lokaal leek voor te komen langs de rivieren in Zuid-Holland, Noord-Brabant en delen van Utrecht, dook hij ook elders in het land op. In 2018 kwam hij al in heel Europa voor.
De jonge rupsen eten delen van het bladmoes. Volwassen rupsen kunnen in korte tijd een plant volledig ontbladeren. Op de aangetaste planten blijft het spinsel achter.

Ondanks dat er heel veel middelen aangeprezen worden hebben wij deze nooit gebruikt. Ten eerste gebruiken we sowieso geen bestrijdingsmiddelen in onze tuin en daarnaast is het water naar de zee dragen. Dus we hebben het geprobeerd met tijdig snoeien en de vogels lekker laten snoepen van de rupsjes. Maar uiteindelijk is de knoop nu doorgehakt en gaan we in het najaar onze haagjes in de voortuin vervangen door andere planten die geen last krijgen van deze veelvratertjes.

Colofon

De info met een aantal bijbehorende foto’s is van Wikipedia.
Voor wie meer wil weten over Rupsje Nooit Genoeg, bekijk en lees dan met een glimlach het super leuke boek van Eric Carle.
En wonderschone rupsen en vlinders kun je bewonderen in het artikel van Jasper Voorn van het Paradijsvogelsmagzine.nl : Rupsje Nooitgenoeg/ Van veelvraat naar prachtige vlinder

Geplaatst in Bijzondere momenten, Dat viel mij op, post

Ochtend aan zee

Als het kan wandel ik iedere ochtend met Monty langs het strand. Vanochtend was het weer heerlijk rustig, de dagjes mensen van 1 mei zijn intussen weer vertrokken. En met laag water hebben we een enorm weids strand. Wat een mooie combinatie is het: de blauwe lucht, het witte schuim en het zand. Monty geniet er van net als ik. Op zulke dagen zou je het leven ( in ieder geval dit moment) even willen stopzetten, zo mooi is het.

De wereld is zo mooi

Ik zie een schaduw die beweegt op het behang

Het is het straatlicht dat met de bomen danst

De wind waait om het huis

Het is al laat

En ik droom terwijl ik nog niet slaap

Er vliegen honderdduizend vlinders door mijn buik

Ik jaag ze weg

En ik krijg ze er niet uit

Voel me vreemd en ik weet niet wat het is

Het is donker en toch voel ik mij licht

Ik kan niet slapen want de wereld is zo mooi

Er is zoveel om te zien

En het eindigt nooit

Ik kan niet slapen want de wereld is zo mooi

Er zijn wolken in de lucht en zonnestralen

Die samen regenbogen kunnen maken

En er zijn ogen waarin ik kan verdwalen

En ik zou de hemel naar beneden willen halen

Ik kan niet slapen want de wereld is zo mooi

Er is zoveel om te zien

En het eindigt nooit

Ik kan niet slapen want de wereld is zo mooi

Colofon

De liedtekst is van Stef Bos

Geplaatst in Boeken, Dat viel mij op, gedachten, post

In onbruik geraakte zaken

Hij komt uit de tijd van de SRV wagen, de rijdende buurtsuper. waarmee de glazen flessen vla, melk en yoghurt voor jouw deur gebracht werden. Om de flessen helemaal tot aan de bodem leeg te halen had je een nuttig gereedschap: de flessenlikker. Een plastic stokje met aan het uiteinde een soort van halve maan van rubber. Het was niet zo zeer ‘schraperigheid’ maar de tijdsgeest om alles zo goed als mogelijk te gebruiken en het gebeurde op een haast mindful manier.

Daar moest ik aan denken toen ik laatst op zoek ging naar de flessenlikker in de keukenla. Omdat de boerenyoghurt van de zuivelboerderij lekker in ouderwetse glazen flessen zit en ik dus ‘alles uit de kan’, of beter gezegd uit de fles wilde halen. En ja het nuttige gereedschap gevonden en nu weer in gebruik. Als je erbij stil staat kun je leven ook aan de hand van deze ‘vergeten’ gereedschappen en dingen reconstrueren en haal je mooie herinneringen op.

Inefficient

Journalist en schrijver Arjen van Veelen schreef er een interessant boek over: Rotterdam, een ode aan de inefficiëntie. Hij kijkt terug op zijn jeugd in Rotterdam en ziet dat het leven van toen eigenlijk een soort van leven in een museum van de toekomst was. Kleine huizen zijn nu de in modieuze Tiny Houses, niet op vliegvakantie gaan, klimaatbewust de was aan de lijn drogen, lang je kleren dragen in plaats van iedere maand iets nieuws bestellen. Maar wat hem vooral intrigeert is, dat het leven van vroeger misschien nu erg inefficiënt aandoet met al die tijdrovende dingen, maar wij misschien nu met al onze efficiëntie en geautomatiseerde gereedschappen juist gehaaster en ontevredener leven en de menselijkheid bedreigd wordt. Van Veelen doet een oproep tot onbeschaamde solidariteit. Een pleidooi om elkaar niet uit het oog te verliezen. En een ode aan de ingewikkeldheid, weerbarstigheid en inefficientie van het leven. 

Er zijn meer van dit soort voorwerpen uit andere tijden: de snijbonenmolen, de knijpkat, de peterseliesnijder, mattenklopper, hanenkam, kopknijpers, kamerveger met baard en de luiwagen met anker. Allemaal nuttige, handige spullen die nu (bijna) niet meer gebruikt worden en soms echt zijn vergeten.

In onbruik geraakte zaken

Dat vergeten willen de twee oprichters van het Ministerie van in Onbruik Geraakte Zaken, dat gehuisvest is in de al decennia in onbruik zijn de Schimmelpenninck-sigarenfabriek in Wageningen, voorkomen. Dichter en muzikant Laurens van der Zee en beeldend kunstenaar Robbert Kamphuis zijn de ‘refendarissen’ die het project opgezet hebben en in hun kaartenbak alles bijhouden wat in hun depot ligt opgeslagen. Het is een depot vol dingen die ooit nieuw en nuttig waren, maar verdwenen zijn onder het zand van de tijd Ministerie van In Onbruik Geraakte Zaken moet een museum worden, maar is het nu (helaas) nog niet.

Ouderwetse winkel

Je kunt het je bijna niet voorstellen maar er bestaat een winkel met ouderwetse spullen. De ‘Ouderwetse winkel’ van de Familie Bom in Alkmaar, sinds 1855. Je kunt het zo gek niet bedenken, of zij hebben het ook, bijvoorbeeld borstels, bezems, zeepkloppers, stijfsel, blauwsel, touwen in allerlei soorten en maten.

COLOFON

Rotterdam, Een ode aan de inefficiëntie en auteur Van Veelen in gesprek
Het Ministerie van in Onbruik Geraakte Zaken

De Ouderwetse Winkel

De titel afbeelding van de SRV wagen is van Erik Varekamp uit Mezza.

Ook nog leuk:

In het boekje T van de SRV neemt auteur Marcel Herfs je mee in het leven van de lokale SRV-man, Theo Vos (T).
Zo’n man die in een rijdende winkel de oudere mensen van hun dagelijkse boodschappen voorziet.
Zo ook T (Theo), hij rijdt met zijn ‘reuzenkoekblik’ rond in een dorp in de omgeving van het Midden-Limburgse Roermond.
Het verhaal is echter toepasbaar op elke dorpse gemeenschap, een feest van herkenning voor elke dorpeling.