Afgelopen nacht was het stormachtig. Nee niet echt een zware storm maar de wind maakte mij toch wakker en liet mij luisteren, nadenken en ook een beetje fantaseren. Fantaseren verbeelden lukt mij het beste als het donker is.
En toen schoot mij een column van Beau van Erven Dorens in de bijlage van de zaterdagkrant te binnen.
De storm neemt bezit van de tuin. De wind heeft geen licht nodig. Hij weet in het donker precies zijn weg te vinden. Rukt aan bomen, giert door kieren en slaat plotseling als met de hand van een reus tegen het raam. Even lijkt het alsof alles bij elkaar komt.
Ik zie niet alleen het verleden, maar ook de toekomst. Want dat is de kracht van verbeelding waar wij als homo sapiens ons hele bestaan aan te danken hebben. Dat we niet alleen kunnen zien wat is, maar ook wat zou kunnen zijn.
Dit is blogje nummer 2 in mijn decemberkalender Zinnige zinnen.
De coverfoto is een collage van Mariette Smit getiteld a quiet storm.
In de Zeeuwse bibliotheek stond ter gelegenheid van de verkiezingen de ‘Roeptoeter’ genoemde kunstinstallatie Nuancerum. Je kon er briefjes en stickers opplakken om je mening uit te ‘roepen’. Een mooi alternatief voor de schreeuwerige ophitsende politici en hun aanhangers.
Wie dacht dat het campagne verkiezingsgetoeter nu achter de rug is komt bedrogen uit:
Er wordt nog steeds hardop van alles en nog wat ook over geroepen en geschreven. Soms lijkt het dat wie hardste schreeuwt en de domste leugens verzint, al is het nog de grootste onzin, het beste in herinnering blijft.
Gelukkig zijn er toch ook veel mensen die verstandige, wijze woorden spreken en schrijven.
Deze ochtend las ik in de krant een interview met Sharon Dijkstra, de burgemeester van Utrecht:
“ Hé, je mag gewoon je eigen onaangepaste zelf zijn”
Iedere dag een zin
In veel boeken heb ik zinnen gemarkt/onderstreept die in mijn geheugen zijn blijven hangen en die ik keer op keer lees. Zulke passages vergezellen me al jaren. En regelmatig knip ik aansprekende teksten uit kranten en magazines.
Vandaag is het 1ste adventszondag. Een eerste kaars brandt. De komende weken wil ik iedere dag in mijn journal een zin uit een boek, een blog of zoals vandaag uit de krant op te schrijven.
Zinnen die mij bijblijven, die mij raken, die mij laten glimlachen of ontroeren.
Ter gelegenheid van zijn afscheid van Rotterdam hoorde ik burgemeester Aboutaleb in een interview over zijn liefde voor poëzie en boeken vertellen. Voor een bijzondere uitgave van Dichter (magazine van PlINT. https://www.plint.nl/shop/dichter-nieuwe-buren/) ‘Nieuwe Buren’ schreef hij het voorwoord. De redactie van Plint schreef onlangs volgende daarover:
“Milou Trouwborst tekende ook voor dit bijzondere nummer van DICHTER. waarin meer dan 25 dichters meer dan 50 gedichten schreven over nieuwe buren, nieuwkomers, vluchtelingen en asielzoekers. Over hoe het was, daar, en hoe het is nu, hier. De zachtste DICHTER. tot nu toe. We maakten het nummer in samenwerking met het COA. Ahmed Aboutaleb, toen nog burgemeester van Rotterdam, schreef voor ons een ontroerend voorwoord. We plaatsen het hieronder graag nog een keer, want het mag best wat zachter allemaal.”
Ik vind deze uitgave van Dichter in de huidige politieke droevige contest en de tijd van advent /kerst heel goed passen. Een klein maar groot van inhoud zijnde boekwerkje.
Hier de laatste alinea’s van het voorwoord:
“Maar ik kreeg op de valreep nóg iets mee. Terwijl we op de auto stonden te wachten, kwam een oom langs om afscheid te nemen. Hij gaf mij een boekje over het gevleugelde paard, het magische sprookje op rijm dat ik van de radio kende. Ik heb het nog steeds in mijn boekenkast staan.
Als ik nu aan schoolkinderen vertel dat ik dichter wilde worden, moeten ze daar meestal hard om lachen. Soms draag ik dan een kort gedicht voor en vertel waarom ik het zo mooi vind, waarom gedichten zo belangrijk zijn. Omdat je met poëzie meer kunt zeggen dan met woorden alleen. Omdat je met poëzie een brug bouwt tussen jouw hart en dat van anderen.
In deze editie van DICHTER zijn meer dan 25 dichters op hun eigen gevleugelde paard gestapt. Ik nodig de lezer van harte uit een eindje met hen mee te vliegen.”