Met alle drukte en commerciële bling bling random de feestdagen behoefte aan stille ingetogenheid en natuurschoon eenvoud.
Mooi dat dit voor de deur te vinden is.
Eenvoud is het kenmerk van het ware’ – Herman Boerhaave

Met alle drukte en commerciële bling bling random de feestdagen behoefte aan stille ingetogenheid en natuurschoon eenvoud.
Mooi dat dit voor de deur te vinden is.
Eenvoud is het kenmerk van het ware’ – Herman Boerhaave

Enkele weken geleden werd in onze Zeeuwse hoofdstad een heus zangfietspad geopend.
“Zingen zonder schaamte. Dat kan nu op het eerste zangfietspad in Zeeland. De borden aan het begin en het einde van het fietspad door het Middelburgse Molenwaterpark nodigen ertoe uit.” schrijft de Provinciale Zeeuwse Courant.
Is er vraag naar? Staan de zingende fietsers al opgesteld voor een zangrondje?
Blijkbaar wordt er weinig (in het openbaar ) gezongen.
In de auto zong (toen ik nog lange afstanden moest afleggen voor mijn werk) en zing ik altijd mee met songs van mijn lievelingsplaylist. Doen meer mensen dit nog of is iedereen druk aan het bellen? Wie zingt nog onder de douche? Of tijdens het koken?
En hoor je nog bouwvakkers zingen of fluiten zoals Herman van Veen in Hilversum 3 zingt?
“Vroeger werd gezongen en gefloten in de straat
had de slagersjongen nog een opera paraat
de metselaar kon zingend op de steiger staan
de melkboer lengde fluitend zijn melk een beetje aan
Hilversum 3 bestond nog niet
maar ieder had zijn eigen stem
Op elke steiger klonk een lied
van Paljas of Jeruzalem
Alle venters hadden eigen aria’s
voor sprot en haring, voor begonia’s
Zelfs in fabrieken kwam van overal
toch weer een liedje door de grote hal
Tussen het geratel van machines door
klonk in de confectie een mooi meisjeskoor
dromend van de prins van.. weet ik veel
die ze zou ontvoeren naar zijn luchtkasteel”

Eigenlijk vreemd dat zingen in het openbaar alleen nog georganiseerd plaatsvindt en dan natuurlijk met een grote groep mensen zoals in televisieprogramma … zingt’. Ergens snap ik dat wel, want als je zingt ben je kwetsbaar en in een groep voel je je veilig. Tegenwoordig mag je blijkbaar ook alleen maar zingen als je het echt goed kan. Het spontane is eraf en dat is zonde, want zingen is echt gezond. Voor kinderen draagt het ook nog eens bij aan het leervermogen en de taalontwikkeling.
Goed voor je lijf en geest en het werkt geruststellend: Ik herinner me nog dat ik tijdens spannende momenten bij paardrijd ritten buiten altijd hardop zong zogenaamd om mijn paard gerust te stellen maar eigenlijk was het natuurlijk meer voor mijn eigen gemoedsrust. En Mona Lisa (mijn paard) voelde dat weer feilloos aan en was minder schrikachtig.
Ik ben benieuwd hoeveel zangfietspaden nog geopend worden of dat er spontaan gezongen wordt ook op plekken die niet zijn aangewezen als zodanig.
Als je vanuit je hart zingt maakt het niet uit waar en hoe, toch?
Ter gelegenheid van zijn afscheid van Rotterdam hoorde ik burgemeester Aboutaleb in een interview over zijn liefde voor poëzie en boeken vertellen.
Voor een bijzondere uitgave van Dichter (magazine van PlINT. https://www.plint.nl/shop/dichter-nieuwe-buren/) ‘Nieuwe Buren’ schreef hij het voorwoord. De redactie van Plint schreef onlangs volgende daarover:
“Milou Trouwborst tekende ook voor dit bijzondere nummer van DICHTER. waarin meer dan 25 dichters meer dan 50 gedichten schreven over nieuwe buren, nieuwkomers, vluchtelingen en asielzoekers. Over hoe het was, daar, en hoe het is nu, hier. De zachtste DICHTER. tot nu toe. We maakten het nummer in samenwerking met het COA. Ahmed Aboutaleb, toen nog burgemeester van Rotterdam, schreef voor ons een ontroerend voorwoord. We plaatsen het hieronder graag nog een keer, want het mag best wat zachter allemaal.”
Ik vind deze uitgave van Dichter in de huidige politieke droevige contest en de tijd van advent /kerst heel goed passen. Een klein maar groot van inhoud zijnde boekwerkje.
Hier de laatste alinea’s van het voorwoord:
“Maar ik kreeg op de valreep nóg iets mee. Terwijl we op de auto stonden te wachten, kwam een oom langs om afscheid te nemen. Hij gaf mij een boekje over het gevleugelde paard, het magische sprookje op rijm dat ik van de radio kende. Ik heb het nog steeds in mijn boekenkast staan.
Als ik nu aan schoolkinderen vertel dat ik dichter wilde worden, moeten ze daar meestal hard om lachen. Soms draag ik dan een kort gedicht voor en vertel waarom ik het zo mooi vind, waarom gedichten zo belangrijk zijn. Omdat je met poëzie meer kunt zeggen dan met woorden alleen. Omdat je met poëzie een brug bouwt tussen jouw hart en dat van anderen.
In deze editie van DICHTER zijn meer dan 25 dichters op hun eigen gevleugelde paard gestapt. Ik nodig de lezer van harte uit een eindje met hen mee te vliegen.”
