Er zijn van de ochtenden dat als de zon doorbreekt in een zwaar grijs wolkendek het licht in goud dat boven het land blijft hangen. Alsof een gordijn wordt opengetrokken en de spots op de akkers, bonen en sloten schijnen. Het wijdse land met de horizon omgetoverd in een magische wereld. In stilte sta ik als een eenkoppig publiek ernaar te kijken.
De mens stelt eigenlijk niet veel voor in dit open landschap, wist al de schilder Jacob van Ruisdael. Mensen zijn op zijn schilderijen nietig in vergelijking met de luchten, stapelwolken, zonlicht en onweersdreiging. Het landschap vult het doek en de mens is slechts een kleine onopvallende toevoeging.
Soms kan ik haast filosofisch zwijmelen als ik buiten ben, dat merken jullie wel. Maar soms doorbreekt het buiten zijn en echt genieten wat we eigenlijk vanzelfsprekend vinden omdat we er dagelijks toch te veel met andere zaken bezig zijn en het zo niet meer zien.
Ik hou enorm van het weidse bijna oneindige landschap en hoop dat het nog lang zo mag blijven zoals Marsman het verwoorde in zijn ‘Herinnering aan Holland’:
Denkend aan Zeeland
Denkend aan Holland zie ik brede rivieren traag door oneindig laagland gaan, rijen ondenkbaar ijle populieren als hoge pluimen aan den einder staan; en in de geweldige ruimte verzonken de boerderijen verspreid door het land, boomgroepen, dorpen, geknotte torens, kerken en olmen in een groots verband; …………………….
Het schilderij van Van Ruisdael Gezicht op Haarlem (ca1670)
“Je komt nooit teleurgesteld terug van een wandeling, buiten liggen de antwoorden voor het oprapen” las ik in de bijlage van de krant.
Inderdaad zit jouw hoofd vol vragen of twijfels, heb je een zwaar hart of gewoon een off-dag. Wandelen, buiten zijn doet altijd wat je eerst niet verwacht: opeens krijg je een idee, neem je een (dapper) besluit, zie je positieve kant van de zaak of heb je weer frisse zin in de dag.
Ik ga weer uitzoomen noem ik het als ik mijn wandelschoenen aantrek en de voordeur achter mij sluit.
Even het grotere perspectief zien door op kleine details te letten, gewoon je voeten een voor de andere zetten, af en toe naar boven kijken of gewoon naar de horizon turen…
Het weer was vandaag op deze voorlaatste maartdag eigenlijk al in de modus ‘April doet wat ie wil’ zon, hagel en sterke wind. Een extra gratis uitdaging om tegen de wind in op te boksen.
Binnen tien minuten voel ik me en denk ik anders.
Thuis, als ik de schoenen uitdoe, de jas aan de kapstok hang en een kop koffie drink kan ik weer inzoomen op het leven met z’n ups en downs.
De foto met de prachtige wolkenlucht naam ik intussen vier jaar geleden aan de zeedijk.
Sawubona, ik zie jou” is zoals men elkaar in Zuid-Afrika begroet in Zoeloe. De ander antwoordt dan met “sikhona, ik ben hier”
Een mooie manier van elkaar begroeten. Ik moest hieraan denken toen ik vorige week in onze Zeeuwse krant een interview met ‘nieuwe Zeeuwen’ las. Zoals ook al in eerdere interviews in deze rubriek met andere import Zeeuwen prezen deze ‘nieuwkomers’ de hartelijkheid en gastvrijheid van de inwoners van onze provincie. Het was hen opgevallen dat men elkaar groet (zelfs jongeren!), elkaar hulp biedt bij klussen en uitnodigt voor leuke activiteiten. Kortom men voelt zich hier gezien en thuis.
In schril contrast met de vriendelijkheid voor deze ‘nieuwe Zeeuwen’ en ook gastvrijheid voor de vele toeristen staat in mijn ogen de verkiezingsuitkomst in vooral de steden Vlissingen en Terneuzen met grote winst voor anti-nieuwkomers partijen. Maar ik moet nuanceren het gaat bij de bewuste partijen natuurlijk niet om nieuwkomers met namen als Suzan en Freek ook niet om Hans und Gretel maar Aisha en Ali.
Columnist Marco Evenhuis schreef er een scherp stukje over:
“In de zomer telt Zeeland zevenhonderdduizend al dan niet tijdelijke bewoners, terwijl onze voorzieningen zijn berekend op ongeveer de helft daarvan. Dat kraakt en dat schuurt en dat leidt tot overlast, maar daar ging het tijdens de afgelopen verkiezingen bijna niet over. Het ging ook niet over de jaarlijkse bouw van duizenden nieuwe vakantiekotjes die betere starterswoningen hadden kunnen zijn.
Het ging wel over asielzoekers. Zeeland heeft de wettelijke plicht om per Zeeuwse gemeente gemiddeld 160 asielzoekers op te vangen en ongeveer 30 statushouders te huisvesten. Dat is het equivalent van anderhalve minicamping. Minimale problematiek maximaal uitvergroot.”
“ Het is voor de deporteerbaarheid van asielzoekers sowieso niet goed als ze een naam krijgen of, erger nog, een gezicht. Nog lastiger wordt het als je ze hun verhaal laat vertellen. “
Een van deze nieuwkomers met gezicht, stem én verhaal is Rezan Habash uit Syrie. Zondagmiddag werd in Middelburg zijn dichtbundel Niet genoeg van de liefde gepresenteerd. Rezan kan goed dichten, heeft een vrouw, een naam, een gezicht en een verhaal. Hij doet veel voor Zeeland. Maar Rezan heet Rezan en geen Theo.
Om dichter te zijn moet je ziel naar alle ongerepte steden reizen, naar alle huizen die wachten op geliefden, op de vertrokkenen, op de afwezigen.