Appels met peren vergelijken doen we natuurlijk niet, immers een peer heeft brede heupen met een smalle taille, een appel heeft een ronde gezellige appelbuik.
Ze hebben nog geen rimpels, hun schil is hard en glanzend.
Sommige dragen nog een steeltje met bladeren, anderen bekennen langzaam maar zeker steeds meer kleur.
Zet ik ze op een rij in de vensterbank of laat ik ze plompverloren in de fruitschaal liggen?
Te mooi om nu te eten maar uiteindelijk zullen ze toch naakt zonder hun fraaie kleur in de taart of moes verdwijnen en met smaak opgepeuzeld worden.
Schilderij schrijven, geïnspireerd door @matroosBeek en @Koen
Het mooiste van de zomer voor mij de bloemen en dan bedoel ik de ‘wilde’ bloemen. Als ik wandel of fiets speur ik naar blauw, geel, roze, rood en wit in het groen.
Het wilde bloemenmengsel dat ik dit voorjaar in onze tuin uitzaaide is nog niet de weelde die ik voor ogen had maar dit zal volgend jaar wel komen verzekert de kenner. Dus hier nog even geduld en je ogen nu dan maar de kost geven op vreemd terrein.
Waar ik vroeger vooral van strakke geometrische vormen in strakke kleuren hield, is het nu bont en bloemig. Het lijkt erop dat hoe ouder ik word, hoe meer ik de zachtheid, vrolijkheid en het beetje ‘wanorde’ van de wildflowers in het echt en op patroon waardeer. Het maakt me vrolijk en geeft zo kleur in mijn dagelijks leven.
Niet alleen in de tuin overigens, ook in huis, boekenkast en zelfs in mijn kledingkast komen er steeds meer gekleurde prints en flowerpower.
Schreef ik ik in mijn vorige blogpost dat het soms lastig is keuze te maken? Nou afgelopen zaterdag bij de fietsenwinkel was dat absoluut niet het geval.
Mijn oude fiets was laatst gevallen en de kettingkastbeschermer was kapot en nog enkele andere onderdelen. Naar de fietsenmaker om te laten repareren. Maar ook om te kijken naar een nieuwe iets lichtere fiets en vooral met meer versnellingen dan de drie op de oude. De eerste vraag bij het rondkijken was (en daar had ik natuurlijk op gerekend): “Waarom neemt u geen elektrische, mevrouw?” “NEE NEE ik wil een gewone fiets.” “Maar het fietst toch veel makkelijker en sneller.” “Maar ik wil geen elektrische maar gewoon een fiets waar ik zelf moet trappen.” Ongeloof en lichte afkeuring voor mijn resolute afwijzing van al die mooie fietsen die zo geschikt voor mij zouden zijn en voor de veiligheid was er zeker ook een passende helm. Maar ik hoef niet iedere dag kilometers lange afstanden naar werk of studie door weer en wind af te leggen, we gaan nooit met de fiets op vakantie en maken ook geen daguitstapjes. Ik fiets lekker in de buurt naar de kleinkinderen en soms naar de stad, naar de bieb en naar de dokter. Maar het allerbelangrijkste is dat het juist voor mijn lichaam heel noodzakelijk is om spierkracht te houden, ivm de ostereopose. En waarom zou ik wel op een hometrainer of in de sportschool fietsen als kracht-en conditietraining (wat ik dus wekelijks doe) en op de fiets buiten met ondersteuning trappen?
Er worden steeds minder fietsen zonder elektrische ondersteuning/aandrijving verkocht dat blijkt bij de fietsenstalling en zeker als leeftijdsgenoten (!) langs je heen scheuren met ongekende snelheden zonder hun benen te bewegen lijkt het wel. Ik ben blij dat ik na mijn ongeluk en hersenletsel überhaupt weer na een half jaar revalidatie op een fiets durfde te stappen en wil gewoon op mijn eigen tempo en gemak rustig fietsen.
Maar de keuze in de winkel was snel gemaakt: er stonden twee mooie modellen die helemaal voldeden aan mijn wensen. Heerlijk even proefgereden en gisteren kon ik mijn nieuwe stalen ros dan al ophalen.
Ik ben er heel blij mee…
PS: de titel can deze post komt van het vrolijke liedje ‘Cupido’ van de Bankzitters dat mijn kleinkinderen altijd hardop in de auto meezingen:
Hey meisje, heb je plannen vannacht?
Wil je mee op mijn fiets en achterop naar de stad?