Geplaatst in post, Thuis

Witter dan wit

… kan het niet worden. Hoe ging de reclame van het witwasmiddel ook al weer ? “Dash – Witter dan Wit: Dit waspoeder is echt een topper als het gaat om witheid. Wanneer je witte lakens of blouses wast krijg je een oogverblindend resultaat. We waarderen het vooral omdat het de belofte van ‘witter dan wit’ waarmaakt”

Voor ons nieuwe huis zochten we muurverf en houten raambekleding. Lekker makkelijk we kiezen ‘gewoon’ voor wit, tenminste dat dachten we. Geen kleur met zoveel verschillende nuances als wit. Met de mooiste namen zoals leliewit, cottonflower, papyruswit, bloesemwit, verkeerswit, oesterwit, puur wit, ivory en … is het echt moeilijk kiezen.

Het mag niet te beige/gelig zijn maar ook weer niet te blauwig/grijzig. En wit op houten jaloezieën (zo is onze ervaring met de shutters die we nu hebben) oogt weer anders dan het wit op de muren.

De schilder vertelde dat RAL 9016 het witste wit is.. en RAL 9010 wit wit is. Dus in plaats van een leuke sprekende naam wordt het ‘gewoon’ een saaie lettercijfer combinatie …

Maar hopen dat het goed uitpakt want stalen en verftesters in de winkel met kunstlicht (of daarbuiten in daglicht ) bekijken is toch anders dan geschilderde muren en houten balken

Waarom ben ik zo een liefhebber van wit ? Ik hou van helderheid, puur en licht en vind die eigenschappen in een witte ruimte mooi terugkomen. Natuurlijk moet het ook ‘relatief’ leeg zijn om dat gevoel te krijgen. Drukte en bonte kleuren vond ik bij een ander wel heel leuk maar thuis zou ik er echt overprikkeld door raken.

Toevallig schreef een columniste deze week in de krant dat zij juist helemaal niets heeft met witte ‘lege’ interieurs en de gezelligheid en warmte mist.

Overigens moet het ook weer geen kil designmuseum worden, nee hoor maar wit met wat naturel tinten, houten elementen en bloemen op tafel en wat kunst aan de muur is voor mij (en gelukkig ook manlief) wel helemaal ok.

Opposites attracts

Ik las overigens een advies voor kleuren gebruik in huis: de zogenaamde 60-30-10 regel. Gebruik voor 60% van je interieur een zachte tint, in ons geval dus wit met in de bijrol een heellichte zandkleur, kies dan voor een contrasterende kleur die er tegenover staat op de kleurenwaaier (blauw?) en verwerk die voor 30%. Ga tenslotte voor een accentkleur voor 10 %, dat wordt dus zwart. Zo ongeveer aldus de trend van “opposites attract”

Flower power

En buiten dan? Een aantal vaste planten verhuist mee en ik heb een verlanglijstje gemaakt voor de boom(pjes) en nieuwe beplanting: ook veel wit met blauwe en lichtroze accenten.

Geplaatst in Leuk om te doen, seizoenen

Wollig warm

Afgelopen dagen ben ik weer lekker met de pennen aan de slag geweest. Nee, niet om te schrijven (daarom even geen blogjes, zoals jullie misschien wel opgemerkt hebben) maar heerlijk met de breipennen en wol. Vorig jaar had ik verschillende truien, een vest, col, muts en een warme deken gebreid. Deze herfst/winter als eerste een coltrui en nu nog een gewone trui. In de planning zitten ook nog een vest en spencer.

Ik hou het op makkelijke patronen die lekker snel klaar zijn. En met goede kwaliteit wol en niet al te dunne pennen schiet het lekker op.

Een fijne bezigheid in de middag en avond zeker als het buiten stormt en regent.

En zo groeit de stapel en daarmee de keuze voor wollig warme truien.

Breien is dé manier om te ontspannen. Het getik van de naalden heeft dezelfde werking als mediteren. Gevolg: een leeg hoofd, een blij gevoel en ook nog iets moois helemaal zelfgemaakt. 

Stapels schapenwol

De stapel met schapenwol groeit overigens ook. Zo las ik dat de Nederlandse schapenhouders steeds meer moeite moeten doen om de wol van hun schapen verkocht te krijgen.

De meeste van de 900.000 schapen in Nederland worden een keer per jaar geschoren. Per schaap is dat twee tot drie kilo wol. Het grootste deel van de 1,8 miljoen kilo werd geëxporteerd en in het buitenland dan verder verwerkt. Omdat de transportkosten gestegen zijn en China, voorheen een grote afnemer van Europese wol bijna niets meer importeert, is de markt ingestort en kost het de schapenboeren meer dan dat het oplevert en daarom verdwijnt een heleboel wol in de afvalcontainer.

Gelukkig zijn er veel lokale initiatieven (weliswaar kleinschalig) waarin kunstenaars, schapenhouders en (sociale) ondernemers samenwerken in projecten, onderzoeken en commerciële trajecten om wol te gebruiken. Zoals de tentoonstelling met grote wandkleding ‘Zachte Stad’ in Rotterdam. Of Het Hollands Wolcollectief dat vorig jaar 10.000 kilo wol opkocht. De initiatiefnemers hopen dit jaar 30.000 kilo te verwerken.

En dichter bij huis (het mijne) vind je de wolboerderij en boerderijwinkel Blij Bezuiden van Janny Wijna. Daar kun je garen, truien, mutsen en sjaals van wol van haar merinoschapen kopen.

Eerder schreef ik dit blogje over breien en de positieve effecten van het pennenwerk.