Vanochtend rook ik het weer na hele lange tijd: de aardse, mossige geur die vrijkomt wanneer het geregend heeft. Ik hou ervan. Het is een van de geuren uit mijn vroege jeugd die je blijkbaar het hele leven bijblijven.
Toevallig las ik in het boek (overigens een hele mooie roman: ‘Mathilde en Marie’ van Torsten Woywood) ook een stuk over deze geur Petrichor genoemd.

Bloed en steen
Het is een Engels woord in 1964 bedacht door twee Australische wetenschappers, klinkt als het bloed van oude goden – en is het in zekere zin ook: ‘petra’ de steen en ‘ichor’ het bloed van de goden. Petrichor, ik bedacht dat er in Nederlands geen vergelijkbaar woord bestaat. Maar wel natuurlijk de omschrijving: de geur van regen die op droge grond valt. Ik vind het een mooi woord dat niet veel gebruikt wordt.
Als het lange tijd niet heeft geregend en neerslag vervolgens op de droge aarde valt, worden er talloze stoffen opgelost en komt de bijzondere geur tot ontwikkeling. Hoe heviger de regenval en hoe heter de voorgaande dagen, hoe intenser de geur. En vanochtend waren deze condities dan ook enigszins aanwezig. Al was de bui die eind van de nacht viel, bij lange niet genoeg om het enorme neerslagtekort dat we hier hebben teniet te doen.
Het is droog, kurkdroog nu dat het al meer dan acht weken niet geregend heeft. Dus voor de natuur, de boeren en fruittelers en ook onze tuin zou het best nog even wat langer mogen blijven regenen.
Maar daar ziet het niet echt naar uit: vanaf morgen wordt er af en toe een bui verwacht maar langdurige regendagen zullen het niet worden. Wel gaat de temperatuur omlaag en is het stukken aangenamer zomerweer.
En Petrichor komt in mijn lijstje van bijzondere woorden met een betekenis.


Plaats een reactie