Geplaatst in post

Kronkels over lijnen

Rechte lijnen op strand zag ik bij de ochtendwandeling. Het was nog stil en met laag water genoot ik van het vrije uitzicht en de weidsheid.
En mijn gedachtenkronkels kregen de ruimte …

De strandkotten op rij, paalhoofden, een houten bank op de duinen, hekken allemaal recht gemaakt en neergezet door de mens. Hoe lang staan ze er, hoelang zullen ze blijven staan…

Nee, niet zo de lijnen in het zand aan de waterlijn. Puur natuur voor nu zichtbaar en over een paar uur verdwenen onder het water.

Lijnen
Wat is er nu zo geniaal,
Aan de uitvinding van de liniaal.
Je kunt, zonder je te vermoeien
een rechte lijn niet verknoeien.
Voor lijntrekkers daarom ideaal.


 J. Quekel
Zomerlicht

Wanneer het zomer zonnelicht schijnt
Over het rulle goudgele duinenzand
Een teder wolkje zachtjes wegkwijnt
De zon schijnend over het pure strand

Raakt de zon de toppen van de golven
Zomerse golven van de grote zilte zee
Ja, dan wordt mijn gedachten bedolven
Onder vrijheid, de natuur voert mij mee

Mee naar al de serene stranden plekjes
In de mooie zomernatuur waar ik in woon
Hier en daar zie ik wat schoonheidsvlekjes
Kom gerust kijken, voor mij is het gewoon

Cees de Baare

Nog meer lijnen en gedichten van Cees de Baare vinden jullie op mijn Seasidesblog. Neem gerust een kijkje en geniet van het moois van de kust.

De foto’s zijn van mij en van Lena Schreijenberg.

Geplaatst in post

Koeien kijken

Ze kijken ons aan als we rustig passeren. Iedere ochtend tijdens onze ochtendwandeling zien we ze grazen, lopen, liggen en soms zelf in de verte zwemmen Twee kuddes van zwarte en bruine koeien (eigenlijk is het correcter om ze rundvee te noemen want er zijn ook jonge dieren bij die officieel nog geen koeien zijn) lopen hier in het natuurgebied. Monty vond het eerst spannend maar kijkt er nu niet meer van op.
Ze hebben hun eigen routes en ritme en trekken zo iedere dag van de ene kant naar de andere. Slapen en rusten doen ze vaak in de oude boomgard waar ze zich ook lekker kunnen verstoppen in het dichte struikgewas.
Soms is het manoeuvreren tussen de enorme koeienvlaaien die ze achterlaten op de paden.


De dichter is een koe

Gras… en voorbij het grazen
lig ik bij mijn vier poten

mijn ogen te verbazen,
omdat ik nu weer evengrote
monden vol eet zonder te lopen,
terwijl ik straks nog liep te eten,
ik ben het zeker weer vergeten
wat voor een dier ik ben – de sloten
kaatsen mijn beeld wanneer ik drink,
dan kijk ik naar mijn kop, en denk:
hoe komt die koe ondersteboven?
Het hek waartegen ik mij schuur
wordt oud en glad en vettig op den duur.
Voor kikkers en voor kinderen ben ik schuw
en zij voor mij: mijn tong is hen te ruw,
alleen de boer melkt mij zo zalig,
dat ik niet eenmaal denk: wat is hij toch inhalig.
’s Nachts, in de mist, droom ik gans onbewust
dat ik een kalfje ben, dat bij de moeder rust.

Gerrit Achterberg (1905-1962)
Uit: Eiland der ziel (1939)

Kleine kritische noot: Je vraagt je af deze weidekoeien ook meetellen voor hun bijdrage aan de stikstofuitstoot en dat ook nog in een natuurgebied, maar misschien beter om deze discussie hier niet aan te gaan.